Laatste update 22 juli 2016, 12:27
1.340
9

Beeldend kunstenaar

Jonas Staal (1981) is beeldend kunstenaar en studeerde monumentale kunst in Enschede en Boston. Op dit moment werkt hij aan zijn PhD onderzoek 'Kunst en propaganda in de 21ste eeuw' aan de Universiteit Leiden. Hij is de grondlegger van de artistieke en politieke organisatie New World Summit (zie: http://www.newworldsummit.eu), die zich inzet voor organisaties die worden buitengesloten van democratische processen.

Vrijdenkersruimte vervolgd

Hoe kunst een instrument werd van de politiek en politiek een instrument van de kunst

Kunstenaar Jonas Staal over zijn vervolg op de Vrijdenkersruimte die door PVV en VVD werd ingericht in de Tweede Kamer en later ontmanteld. Staal maakte een kopie van die ruimte, dat werk is aangekocht door het Van Abbemuseum in Eindhoven. Zaterdag 15 september opent de vervolgexpositie met onder meer een lezing van Jesse Klaver en een debat met Thomas von der Dunk.

Opening Vrijdenkersruimte in de kantoren van de VVD en PVV (2008)

1. Een politiek zonder politiek
De strategische stem heeft het politieke debat in Nederland verlamd. De SP GroenLinks, de Partij voor de Dieren, de Piratenpartij – allemaal partijen met een in essentie principiële agenda – zijn op de verkiezingsdag van 12 september weggevaagd voor een schijnpolemiek naar Amerikaans model. Partijen die nauwelijks verschillen als het gaat om een fundamentele wereldvisie domineren het strijdperk. De stem van een principiële minderheid, denk in Amerika bijvoorbeeld aan de door media systematisch genegeerde libertair Ron Paul, kan hierin niet worden gehoord. 

Dat is allereerst zo omdat de consumeerbaarheid van dergelijke stemmen in het hysterische mediaspektakel rondom de verkiezingen te laag is. Liever Hero Brinkman als woordvoerder van de seniele wederopstanding van Verdonk’s Trots op Nederland, dan Dirk Poot van de Piratenpartij – terwijl deze laatste wel degelijk de publieke steun had voor minimaal een parlementszetel. Liever Diederik Samsom’s kinderen in de volkstuin dan Sap’s pleidooi voor een weerbaar milieu op Europees niveau.

De politiek is daarmee niets meer geworden dan een uitje voor de programmeurs van sensatietelevisie. De politiek is feitelijk ontdaan van werkelijke politiek. Dat wil zeggen: ontdaan van standpunten en ideeën die wij nog niet kunnen bevatten in de condities van het huidige politieke debat (lees: niet te bevatten of te consumeren door de talking heads van de mediacratie).

De ‘Talking Heads van de mediacratie’: “Het is een beetje een droste-effect” merkt NOS verslaggever op, wanneer hij door heeft dat hij de cover van een ochtendkrant bespreekt waarop hij naar PvdA-leider Diederik Samson kijkt die weer naar het programma kijkt dat de verslaggever op dat moment zelf presenteert (Verkiezingen 2012)

2. De kunst is politieker dan de politiek
Mijn stelling is dat kunst potentieel politieker is dan de politiek zelf. Dat wil zeggen dat in de ruimte die de kunst biedt voor het scheppen van een nieuw mensbeeld en in het voorstellen en vormgeven van de wereld waarin dit mensbeeld een plek heeft, zij meer doet voor het politieke potentieel in onze samenleving dan waar politieke partijen toe in staat zijn. Wanneer politici zelf al pleiten voor een ‘strategische’ stem op hun eigen partij, in plaats van het principiële recht te bevechten van elke burger om zijn stem vanuit zijn eigen overtuiging te bepalen, dan weten we dat een nulpunt van het mediatheater dat wij ‘politiek’ noemen is bereikt. Voor een principiële politiek, voor een fundamentele democratie, is het noodzakelijk andere ruimten te verkennen. De kunst biedt een dergelijke ruimte.

Ik volg daarin niet het idee van kunst als een vrijblijvende ‘spiegel’ op de wereld die volgens een vrijheidsethiek tot stand komt die los zou staan van politieke en economische belangen. Integendeel. De culturele infrastructuur is, zeker in Nederland, een politiek constructie. Als zodanig is die ten tijde van racistisch bestuur – we hebben er inmiddels alle ervaring mee – net zo te wantrouwen als de racisten zelf. Zowel de onvrije markt als de staat instrumentaliseren de kunst voor hun eigen agenda: of het nu om het kunstwerk gaat als ‘aandeel’ en de kunstenaar als ‘bedrijf’ (markt), of om de kunstenaar als instrument ter legitimering van de democratische doctrine (staat). In beide gevallen wordt de kunst voortgebracht door een systeem dat hier een specifiek belang in investeert, en als zodanig is de term ‘propaganda’ nog immer actueel.

Desondanks neemt de kunst een uitzonderingsrol in. Want zij mag dan wel gevormd zijn door allerhande belangen, maar zij wordt er niet volledig door gedefinieerd. Juist omdat de kunst gaat over het historische vraagstuk hoe te representeren is het nooit met zekerheid te zeggen dat zij representeert.

De kunst kan, om het simpel te stellen, een waarheid bevechten en deze tegelijkertijd kritisch onderzoeken. Zij kan representeren en haar eigen representatie ter discussie stellen. Daarbij is het binnen het domein van ‘kunst’ nog altijd mogelijk bepaalde politieke vraagstukken te verkennen die binnen een andere context ontoegankelijk zijn. Dat heb ik zelf mogen ervaren. In het recht bijvoorbeeld neemt de kunst nog altijd een uitzondering in, want zij is niet alleen maar deel van het systeem, maar zij is ook in staat er kritisch op te reflecteren. En precies in die kritische reflectie, in het feit dat zelfs voor het recht de kunst nooit alleen maar is wat het is, ligt een enorm politiek potentie

Mark Rutte poseert met Ellen Vroegh bij haar schilderij ‘Danseuses Exotiques’ (2008) tijdens de opening van de Vrijdenkersruimte

3. Vrijdenkersruimte
Op 15 september opent de tentoonstelling ‘Vrijdenkersruimte Vervolgd’ in het Van Abbemuseum in Eindhoven: een jaar nadat de oorspronkelijke ‘Vrijdenkersruimte’, opgericht door de VVD en PVV in de zomer van 2011, werd opgedoekt.

De Vrijdenkersruimte was een tentoonstellingsruimte, bedoeld voor kunst die te maken had gehad met (veelal islamitische) censuur. Geert Wilders opperde het idee in een conflictueus tijdperk, vier jaar na de moord op Theo van Gogh. Deze censuur-als-moord vormde de basis voor een reeks uitgelichte incidenten: de arrestatie van de anti-islamitische cartoonist Gregorius Nekschot, de rechtszaak die Balkenende voerde tegen essayist Jaffe Vink de hem in zijn opinieblad ‘Opinio’ een islamkritische ‘geheime rede’ in de mond had gelegd, de angstige reactie van de Nederlandse staat op het uitkomen van de film ‘Fitna’ van Wilders, de verplaatsing van schilderijen van amateurkunstenaar Ellen Vroegh in het gemeentehuis van Huizen na vermeende klachten van moslims… 

Van links naar rechts: voormalig PVV-assistent Ehsan Jami, beeldend kunstenaar Jonas Staal, een bezoeker van het Van Abbemuseum, voormalig PVV-er en schilderes Ellen Vroegh debatteren bij de opening van de reconstructie van de Vrijdenkersruimte in het Van Abbemuseum in Eindhoven (2010)

Samen vormen deze incidenten een ongemakkelijke kunstgeschiedenis, die de twee partijen gezamenlijk in hun Vrijdenkersruimte exposeerden en vanaf 2008 onderhielden – een unicum in de Nederlandse historie: nooit eerder richtten partijen zelf een tentoonstellingsruimte in binnen het parlement, die zij vervolgens ook nog zelf onderhielden.

Dat gebeurde niet zonder conflict, bijvoorbeeld toen GroenLinks-kamerlid Tofik Dibi werken voorstelde die onder meer Geert Wilders zelf bekritiseerden – zoals de ‘Extremist’ poster van de Internationale Socialisten, waarop Wilders is afgebeeld op een pakje Marlboro sigaretten met de waarschuwing ‘brengt u en de samenleving ernstige schade toe’. De VVD accepteerde deze poster die tot arrestatie van demonstranten en Dibi zelf had geleid, maar de PVV trok zich daarop terug uit het project.

Zo bleek het zo generiek gebruikte woord ‘vrijheid’ een veelheid van verschillende betekenissen te hebben, en verwerd de Vrijdenkersruimte tot platform waar verschillende partijen middels kunstwerken hun vrijheidsideaal propagandeerden.

4. Vrijdenkersruimte Vervolgd
Zoals gezegd sloten de VVD en PVV de ruimte na gezamenlijke toetreding tot de regering Rutte I. Dit tot woede van twee politici.

Als eerste mengt zich Rogier Verkroost in het debat, politicus voor D66 te Eindhoven. Wanneer het Verkroost ter ore komt dat het Van Abbemuseum een reconstructie van de Vrijdenkersruimte in zijn bezit heeft van mijn hand, stelt hij dan ook onmiddellijk vragen in de raad of deze heropend kan worden. Verkroost noemt dit “Een mooie kans […] om als gemeente deze landelijk bekende tentoonstelling een plek te geven om zodoende het belang van de vrije expressie te eren.”

‘Poland Protest Parliament ACTA’ door Paweł Supernak (2012), deel van de Vrijdenkersruimte ‘Zonder rafelranden geen populaire cultuur’ van D66 politicus Rogier Verkroost

Tegelijk mengt zich een tweede politicus in het debat, Jesse Klaver van de parlementaire GroenLinks-fractie, die aankondigt de Vrijdenkersruimte in de fractiekamers van zijn partij voort te zetten. Klaver stelt dat “de expositie is […] bedoeld om ruimte te bieden aan meningen die elders in de samenleving geen plek krijgen. We moeten laten zien dat Nederland een open en tolerante houding heeft. Juist in deze tijd is dat belangrijk.” Ook hij neemt contact op met het Van Abbemuseum wanneer hij verneemt dat de werken reeds uit de kamers van de VVD zijn verwijderd.

Het museum en ik waren bereid de Vrijdenkersruimte opnieuw te exposeren, mits de politici ook zelf aan zouden tonen waarom zij zo overtuigd waren dat de discussie die de tentoonstelling ooit opstartte zijn relevantie niet verloren had: konden zij zelf middels een selectie kunstwerken en een lezing, gelijk aan de VVD en PVV, aantonen dat de vraagstukken over de relatie tussen kunst en politiek, tussen vrijheid van meningsuiting en censuur, nog altijd even relevant is als toen de eerste Vrijdenkersruimte in 2008 opende? Konden zij, kortom, in het domein van de kunst een discussie voeren waar het construct dat nu ‘politiek’ noemen niet het geduld, de discipline of middelen voor heeft?

Vanuit die vraagstelling ontstond het idee dat de twee politici twee nieuwe Vrijdenkersruimten zouden vormgeven, die de discussie met de eerste Vrijdenkersruimte zouden aangaan. Maar ook onderling een debat zouden vormen: een poging om via kunstwerken tot nieuwe verbeeldingen te komen van het begrip vrijheid. Een begrip waarop niemand patent heeft of alleenrecht dient te voeren. Een begrip dat zijn kracht vindt in een emancipatorisch traject waarin wij telkens opnieuw de vragen stellen:
Over welke vrijheid willen wij spreken?
Aan wie is deze vrijheid dienstbaar?

‘Haarlem, 27/04/2011′ door Lidwien van der Ven (2011), samen met de lezing ‘Het nieuwe taboe op de oorlog’ onderdeel van de Vrijdenkersruimte ‘Nederland als Vrijdenkersruimte’ van GroenLinks politicus Jesse Klaver

Het is in het scheppen van ruimten om deze vragen op een fundamentele manier te bediscussiëren, te bevechten, te confronteren, dat wij het begrip ‘politiek’ recht doen. Als deel van het publieke domein, en niet in het ziekelijke glitterpaleis van de spektakelpolitiek. 

In het project Vrijdenkersruimte Vervolgd zijn de politicus en kunstenaar moeilijk van elkaar te onderscheiden. De Vrijdenkersruimte begon als een museum in een parlement. Nu staat het parlement in het museum. De politiek verbeeldt de vrijheid, en zo ook de kunstenaar. Nu kruisen die verbeeldingen elkaar. De politicus wordt kunstenaar, en de kunstenaar politicus. 

De kunst wordt een instrument van de politiek. 
De politiek een instrument van de kunstenaar.

Politiek Kunstbezit IV: Vrijdenkersruimte Vervolgd opent op zaterdag 15 september in het Van Abbemuseum in Eindhoven om 17:00, lezingen van Staal, Verkroost en Klaver beginnen om 18:00, vervolgd door een debat met cultuurhistoricus Thomas von der Dunk en het aanwezige publiek. Toegang gratis

Geef een reactie

Laatste reacties (9)