Laatste update 10 januari 2016, 18:56
2.104
44

Universitair hoofddocent, UvA

Joost van Spanje is universitair hoofddocent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in onderzoek naar de reacties van de gevestigde orde op nieuwe politieke partijen. Dit omvat juridische reacties (bijv. strafvervolging), politieke reacties (bijv. cordons sanitaires) en media-reacties (bijv. doodzwijgen). Joost is winnaar van de Jaarprijs Politicologie 2010, van een NWO Veni-onderzoeksbeurs in 2012 en van een NWO Vidi-onderzoeksbeurs in 2015.

Partijen als het CDA

Er is geen cordon sanitaire rond Wilders

Vorige week keek Maurice de Hond vooruit naar volgende verkiezingen. Hij vergeleek de situatie van de PVV met die van het Franse Front National: “een electorale variant van een cordon sanitaire.” Mooie analyse, maar voor de goede orde: er is geen cordon sanitaire rondom de PVV.

“Partijen als het CDA verkopen hun moeder nog voor de macht.” PVV-leider Geert Wilders wil graag doen geloven dat hij elk moment regeringsmacht kan krijgen. In 2009 klaagde hij juist over een cordon sanitaire rondom zijn partij. Geen van beide beweringen is waar: enerzijds is er weinig kans dat de PVV gauw weer een regering zal gedogen; anderzijds komt dit niet door een cordon sanitaire.

Een cordon sanitaire is het stelselmatig uitsluiten van alle politieke samenwerking met een bepaalde politieke partij. Dat betekent niet alleen dat alle andere partijen weigeren een regering met haar te vormen, maar dat ze ook bijvoorbeeld geen wetsvoorstellen, campagnes of moties van die partij steunen. Voor voorbeelden van Nederlandse buitengesloten partijen moeten we ver terug in de tijd.

Partijen die geconfronteerd werden met een cordon sanitaire waren meestal of zeer links of zeer rechts. De communistische CPN werd systematisch geïsoleerd. In de jaren vijftig keken collega’s CPN-Kamerlid Marcus Bakker met de nek aan. Hetzelfde overkwam Hans Janmaat in de jaren tachtig. Zijn Centrumpartij werd volledig buitengesloten, net als soortgelijke partijen in onze buurlanden.

In België beloofden in 1989 de destijds vijf grootste partijen om af te zien van elke vorm van samenwerking met het Vlaams Blok. Vier jaar later werd eenzelfde overeenkomst getekend tegen een Waalse anti-immigratiepartij. In Duitsland besloot de CDU-top in 1989 tot Ausgrenzung van de Republikaner, hoewel een fors deel van haar achterban samenwerking met die partij wel zag zitten.

Zulke uitsluiting vergt vaak brede coalities. Voorbeelden zijn de Antwerpse vierpartijencoalitie tussen 2000 en 2006 en het zespartijenakkoord tegen de Zweden-Democraten vorig jaar. De Hond verwijst in zijn vooruitblik naar een verwant fenomeen: door terugtrekking van bepaalde kandidaten voorkwamen Franse socialisten en republikeinen vorige maand dat Front National een regio won.

De PVV daarentegen wordt niet verstoten. Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Edith Schippers (VVD) bijvoorbeeld werkt “heel plezierig” samen met deze partij. Dat regeringsdeelname van de PVV de komende jaren onwaarschijnlijk is komt dan ook niet door een cordon sanitaire, maar doordat Wilders weinig natuurlijke coalitiepartners heeft – en twee van hen in 2012 hard liet vallen.

Een andere factor die PVV-regeringsdeelname dwarszit is de huidige samenstelling van de senaat. Zelfs als VVD, CDA en SGP alle drie opnieuw met Wilders in zee willen zouden ze geen meerderheid hebben in de Eerste Kamer. Zolang geen vijfde partij bereid wordt gevonden –een onwaarschijnlijke en wankele coalitie– kunnen de andere senatoren elk voorstel van een reli-rechts kabinet blokkeren.

Het is natuurlijk niet uitgesloten dat een vijfde partij wordt gevonden. De belangrijkste kandidaat is 50Plus. Als die vijf partijen bij de komende verkiezingen ook in de Tweede Kamer een meerderheid halen kan deze optie op tafel liggen bij formatieonderhandelingen. Maar hoeveel zetels ‘oud-reli-rechts’ ook wint in de Tweede Kamer, in de senaat zou die coalitie nog wankeler zijn dan Rutte-I.

De senaat blijft in deze samenstelling tot de tweede helft van 2019. Aangezien de volgende Tweede Kamerverkiezingen uiterlijk in maart 2017 worden gehouden zal kabinetsformatie hier rekening mee moeten houden. Verder hebben veel CDA’ers een afkeer van de PVV. Bij de komende formatie staat de PVV dus waarschijnlijk buitenspel. Maar omdat dit niet zeker is, houdt de VVD de opties open.

In dat licht is het niet verrassend dat VVD-prominent Schippers samenwerking met de PVV niet uitsluit. “Ik zie niet in waarom ik de PVV moet uitsluiten en de SP niet,” zei ze onlangs tegen De Volkskrant. Haar partijgenoten Mark Rutte en Halbe Zijlstra verbinden een voorwaarde aan samenwerking met de PVV: Wilders zou zijn “minder Marokkanen”-uitspraken moeten terugnemen.

Hoe hard die voorwaarde is zal blijken indien ‘oud-reli-rechts’ een serieuze optie wordt. Woordbreuk valt de VVD de laatste tijd niet zwaar. En anders wil Wilders wel zijn woorden terugnemen, zoals hij in 2010 binnen een dag zijn enige breekpunt losliet. Verder zijn 50Plus en SGP ook flexibel: 50Plus is een vehikel van machtspoliticus Jan Nagel; de SGP ziet vast geen been in hernieuwde samenwerking.

En het CDA? Het CDA zou wel eens kunnen gaan bepalen welk kabinet er komt – net als in 2010.

Geef een reactie

Laatste reacties (44)