5.847
111

lid van de Tweede Kamer voor de Partij voor de Dieren

Femke Merel Arissen (1983) was sinds 2015 Statenlid in de provincie Utrecht. Verder was zij fractiemedewerker voor de PvdD in zowel de Eerste Kamer, als de gemeenteraadsfracties van Utrecht en Den Haag.
Femke Merel studeerde filosofie en rechten en specialiseerde zich in Staats- en Bestuursrecht. Sinds 2017 is zij Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Dieren.

Discriminatie komt voort uit ‘Ons Soort Mensen’ denken

"We hebben gewoon iets tegen mensen die een andere huidskleur, een andere geaardheid, een ander geloof, een ander IQ, andere eetgewoonten, een ander paspoort of een andere politieke voorkeur hebben."

Foto: CC philippe leroyer

Discriminatie is een veelkoppig monster. Het gaat veel verder dan afschuwelijke incidenten waarbij iemands geaardheid aanleiding is om met een betonschaar z’n tanden te verwijderen, het is een diepgeworteld disrespect voor de leefstijl, de aard, de verschijningsvorm, de gewoonten of de levensbeschouwing van anderen.

Vaak wordt het geplaatst in overzichtelijke frames, die het makkelijk maken politieke munt te slaan uit stereotype vooroordelen. Zo zou de discriminatie van homo’s vooral gevoed worden door mensen met een bepaalde religieuze achtergrond, waarbij gemakkelijk voorbij gegaan wordt aan het feit dat de strijd tegen het discrimineren naar geaardheid niet gewonnen kan worden via andere vormen van discriminatie.

In bepaalde kringen wordt de immigratie van moslims gemakkelijk de zondebok gemaakt van afnemende tolerantie, waarbij beeldvorming dominanter blijkt dan de cijfermatige onderbouwing ervan.

Discriminatie komt per definitie voort uit het Ons Soort Mensen denken. Wij mensen, leden van een bepaalde groep, pruimen leden van een andere groep niet. Los van wat artikel 1 van onze Grondwet zegt, we hebben gewoon iets tegen mensen die een andere huidskleur, een andere geaardheid, een ander geloof, een ander IQ, andere eetgewoonten, een ander paspoort of een andere politieke voorkeur hebben.

Er is teveel sprake van symptoombestrijding in de incidenten sfeer, terwijl een structurele aanpak van discriminatie via adequate onderwijsprogramma’s en goede wettelijke naleving en handhaving het minste is dat een betrouwbare overheid burgers in een beschaafde samenleving zou moeten bieden.

In dat kader verdient ook soortgrensoverschrijdende discriminatie veel meer aandacht. Om onduidelijke redenen van speciecisme menen mensen dat het leven van andere soorten aanmerkelijk minder betekenis zou hebben dan dat van een mens. De mate van intelligentie wordt daarvoor vaak als graadmeter aangevoerd, maar dat kan onmogelijk een verklaring zijn voor het feit dat het varken dat intelligenter is dan de hond, beschouwd wordt als eetbaar, in tegenstelling tot de hond.

Discriminatie kan alleen kansrijk bestreden worden wanneer anderen dan wijzelf gerespecteerd worden in hun natuurlijke behoeften, opvattingen, leefstijl en overige wezenskenmerken. Het leven van een dier is voor dat dier net zo belangrijk als mijn leven voor mij is. Datzelfde is wat mij betreft van toepassing op de levensbeschouwing, gewoonten, afkomst, of wezenskenmerken van andere mensen.

Discriminatie kan alleen kansrijk bestreden worden wanneer begrip voor en mededogen met de ander slechts één grens kent: waar de manifestatie van vrijheden die van anderen beperkt. De vrijheid van de één houdt op waar de (on)vrijheid van de ander begint.

 

Geef een reactie

Laatste reacties (111)