6.535
102

Tweede Kamerlid GroenLinks

Na een studie internationaal recht in Amsterdam, vertrekt Van Tongeren naar Australië. Daar is ze directeur van organisaties voor daklozen, vluchtelingen en mishandelde vrouwen. Ook is ze oprichter en directeur van een centrum voor vreedzame conflictbemiddeling. Terug in Nederland werkt Van Tongeren bij de provincie Noord-Holland, de gemeente Amsterdam en is ze directeur van een vrouwenopvang en een vestiging van de Sociale Dienst. Sinds 2003 is Liesbeth van Tongeren directeur van Greenpeace Nederland. Naast haar werk bij Greenpeace is ze bestuurslid van Women on Top en van een onderneming in duurzaam vastgoed. Ze werd in 2010 voor GroenLinks in de Tweede Kamer gekozen.

Minder stressen en meer relaxen: wie doet mee?

Minder werken is de beste manier om werkloosheid te bestrijden

De Partij van de Arbeid en de partij voor de hardwerkende Nederlander – de VVD – sluiten een coalitie. Beide partijen willen dat we meer gaan werken, zodat we uit de economische crisis groeien. Werkende ouders met slaapgebrek en chronische stress zullen er niet van opvrolijken.

Toch zullen ze het morrend accepteren als een noodzakelijk kwaad. Want het lijkt zo logisch: we moeten harder werken zodat de economie weer gaat groeien. De schouders er onder, niet lullen maar poetsen; de retoriek van de wederopbouw die galmt tussen de nieuwbouwflats vindt nog altijd grote weerklank onder de bevolking. Toch is dit een verouderde economische gedachte. We hoeven niet te kiezen tussen een financiële puinhoop of nog meer werken. We kunnen ook minder gaan werken.

Hard werken en economische groei waren ooit de recepten die onze economische kwalen genazen. Nu zijn het paardenmiddelen uit een vorige eeuw: de doktoren van deze tijd moeten zich bekommeren om onze geest en de kwaliteit van ons leven. Onze receptuur voor deze crisis is een psychologisch advies: leef ontspannen. Dit is de tijd om massaal minder te gaan werken en onze betaalde banen te delen. Hiermee lossen we tegelijk drie op het eerste gezicht totaal verschillende problemen op.

Te beginnen met gelijke kansen voor mannen en vrouwen. Het met veel instemming ontvangen artikel van Anne-Marie Slaughter in The Atlantic over de onmogelijkheid van het combineren van topbaan en kinderen bewijst eens te meer dat het feminisme nog lang niet voltooid is. In de jaren zeventig hamerden feministen voornamelijk op het onbetaalde werk dat vrouwen in huishoudens verrichtten. Koken, wassen en poetsen zijn diensten die zich buiten de markt afspelen. Het zijn taken die zich dagelijks herhalen en nauwelijks maatschappelijke erkenning opleveren.

Het feminisme uit de vorige eeuw heeft haar vruchten afgeworpen: vrouwen hebben en masse universiteit en markt overspoeld. Ze lijken mannen zelfs voorbij te streven: uit studies blijkt dat vrouwen vroeger volwassen zijn en beter presteren op school. Toch worden vrouwen per gewerkt uur niet gelijk beloond voor hun diensten en zijn ze in Nederland nauwelijks zichtbaar in topbanen.

Aan het begin van de 21ste eeuw is het feministisch project vastgelopen. Het nastreven van de voltijdsbaan voor vrouwen heeft niet tot het gewenste effect geleid: gelijke kansen voor mannen en vrouwen.

Dat heeft alles te maken met de dominante norm van een veeleisende voltijdsbaan voor mannen en vrouwen die Slaughter constateert. Deze norm leidt namelijk onvermijdelijk tot de harde keuze voor kind of topcarrière. En in deze keuze zijn het nu eenmaal de vrouwen die sneller zwichten voor kind boven carrière.

Vervolgens worden vrouwen met minachting verweten dat ze ‘lui’ zijn of het ‘niet graag genoeg willen’ en genoegen nemen met de ‘deeltijdsbaantjes’. Geen wonder dat vrouwen in deze rol nu ongelukkiger zijn dan in de jaren zeventig, toen openlijk seksisme nog hoogtij vierde. En dat zal blijven zolang de succesvolle kind en carrière combinerende überfrau het rolmodel is.

De enige oplossing is een kortere werkweek en een cultuuromslag van kantoormachismo naar thuiswerkplezier. Alleen een kortere en flexibelere betaalde werkweek voor allen kan het feministisch project voltooien: op het moment dat zowel man als vrouw een ontspannen werkweek hebben, zijn kinderen of zorg voor een ziek familielid niet langer een reden voor een van beide partijen om uren in te leveren. Vrouwen moeten niet langer denken dat de emancipatie uitsluitend komt van de uit ijzer gebijtelde voltijd werkende vrouw die de glazen plafonds doorbreekt. Nee, het is nu de man die aan zet is: het is de voltijd werkende man die geëmancipeerd moet worden.

Maar waarom nu – midden in een economische crisis? Het antwoord is simpel: minder werken is de beste manier om werkloosheid te bestrijden. In Nederland is er grofweg 21 uur betaald werk beschikbaar per arbeidsgeschikte. Door het beschikbare werk – en de inkomens- beter te verdelen krijgen meer mensen toegang tot een betaalde baan. Dat dit economisch succesvol beleid is weten we al langer: over de hele wereld zijn mensen in rijke landen korter gaan werken. In Duitsland was de in allerhaast ingestelde deeltijd-WW bij autofabrieken zo succesvol dat deze maatregel na de crisis gehandhaafd bleef.

Daarnaast kan de crisis een aanleiding zijn de vruchten te plukken van onze immens succesvolle productieve samenleving te plukken. En dat is simpel gezegd, tijd. Uit de tredmolen stappen en een cultuur nastreven waarin een kortere betaalde werkweek sociaal geaccepteerd is voor iedereen, betekent dat we onze levens vrijer kunnen inrichten. Misschien houden we aan het einde van het jaar minder geld over maar krijgen we meer tijd voor dingen die we echt belangrijk vinden: vrienden, familie, mantelzorg, sport, cultuur, onderwijs, koken, vrijwilligerswerk en duizenden andere activiteiten die zich buiten de markt afspelen maar definiëren wat wij als mensen belangrijk vinden.

Er is nog een reden om ontspannen te leven. Voorlopig is namelijk iedere euro die wij uitgeven verantwoordelijk voor de uitstoot van broeikasgassen, water dat onttrokken wordt aan de aarde, landbouwgrond die in gebruik wordt genomen. Economische groei zonder navenante milieuvervuiling is nog niet uitgevonden. ‘Groene groei’ is voorlopig nog een utopie. Een samenleving als de onze die superrijk is mag dan wel glanzend schoon ogen, maar de verborgen kosten worden gewoon elders gepresenteerd: van de Amazone waar de soja voor ons vee vandaan komt tot de atmosfeer waar onze CO2 eindigt.

Op een eindige aarde betekent meer economische groei dat we vroeg of laat tegen de lamp lopen. Uit de crisis komen door meer conventionele economische groei is dus ook in dit opzicht een kortzichtige oplossing. Minder werken en minder markt baant de weg voor lokale economieën die veel eleganter zijn ingericht dan de huidige grote industrieële systemen. Waar hergebruik en een gesloten kringloop weer voorop staan. Een ontspannen leven is dus tegelijk een stap in de richting van een duurzame economie.

Een cultuur waarin iedereen minder betaald werkt, voltooit de emancipatie van vrouwen, garandeert meer mensen een baan en biedt ons ook meer vrije tijd, terwijl we en passant de aarde sparen. Minder stressen en meer relaxen: wie doet er mee?

Dit artikel stond eerder in De Volkskrant

Geef een reactie

Laatste reacties (102)