Laatste update 21:21
1.779
28

Filosoof en jurist

Menno van der Veen is filosoof, en jurist. Hij is mededirecteur van TAQT dat zich specialiseert in medezeggenschap en Tertium dat concepten ontwikkelt en onderzoekt voor de transitie naar de duurzame economie. In 2010 verscheen van hem Welkom in Youtopia (Boom, 2010). In februari 2017 verschijnt de roman Rimpelgeweld bij uitgeverij Atlas Contact.

Het wordt tijd dat Nederland meer investeert in Defensie

Niet voor oorlogvoering, maar om Nederlandse militairen de mogelijkheid te geven de vrede in fragiele landen te bewaren

cc-foto: Ministerie van BuZa
cc-foto: Ministerie van BuZa

Europese landen moeten meer geld uitgeven aan defensie. Dat is vooralsnog de enige duidelijke les die we kunnen trekken uit de verkiezing van Trump als president voor de Verenigde Staten. De les wordt door de meeste NAVO-landen best graag getrokken. Bijna geen land voldoet aan de norm om 2% van het BBP uit te geven aan defensie en de ministers roepen al jaren dat er niet eindeloos kan worden bezuinigd. Ook Nederland zit met 1,08 % (in 2014) ruim onder de NAVO-norm.

Als Nederland zijn uitgaven uit gaat breiden tot 2% van het BBP kan er veel materieel worden gekocht, en kunnen er  voor het eerst sinds jaren weer eens banen worden gecreëerd bij Defensie in plaats van dat ze worden wegbezuinigd. Maar de vraag is natuurlijk: wat gaan we met dat materieel en manschappen doen?

Toevallig heeft de partij DENK hier een uitgesproken standpunt over ingenomen in haar verkiezingsprogramma. DENK stelt voor om de naam van het ministerie van Defensie te veranderen in ministerie van Vrede en Wederopbouw. Die naamswijziging is misschien wel erg utopisch – ik zou er zelfs voor pleiten om het ministerie van Defensie gewoon het ministerie van Oorlog te noemen – maar de onderliggende boodschap verdient het om een belangrijk thema te worden tijdens de verkiezingen.

Nederland heeft de afgelopen 22 jaar deelgenomen aan VN, EU- en Navo-missies in onder andere voormalig Joegoslavië, Afghanistan, Mali. En natuurlijk in meer of mindere mate Irak. Daarnaast heeft Nederland deelgenomen aan talrijke missies met een burgerlijk doel. Zo heeft het bijvoorbeeld in 2005 in Portugal bosbranden helpen blussen, lijken helpen identificeren in Thailand na de tsunami van 2004, en meegedaan aan de politiemissie Proxima om de politiemacht in Macedonië te verbeteren.

Het besluit om militairen in te zetten in Joegoslavië, Afghanistan en Irak bleken politieke tijdbommen te zijn. Het kabinet-Kok viel over het Srebrenica-rapport, GroenLinks ging bijna ten onder aan de steun voor de Uruzgan-missie, de wens om de Nederlandse steun aan de oorlog die de geallieerden in Irak voerden, te onderzoeken verpestte voorgoed de sfeer tussen Bos en Balkenende.

Geen wonder dat tot verlenging van de huidige missie in Mali, waar Nederland op dit moment aan meedoet, grotendeels zonder politiek debat werd besloten. Geen partij lijkt brood te zien in een stevig debat over militaire bijdragen aan vrij uitzichtloze militaire missies zoals die in Mali (Minusma). Denk ook aan het bombarderen van de aanvoerslijnen van IS waar het kabinet zonder veel debat begin vorig jaar toe besloot.

Nederlandse bijdragen aan vredesmissies in oorlogsgebied blijken steeds zonder blijvend effect en missies zoals die in Uruzgan slaan diepe wonden in ons zelfbeeld van vredesbrengers en wederopbouwers. Kennelijk schromen we om onze soldaten uit te sturen om te doen waarvoor ze zijn opgeleid: oorlogvoeren, maar verschaffen we ze liever een sociaal werkersmandaat dat er in de praktijk toe leidt dat ze het één niet mogen – oorlog voeren – en aan het ander – wederopbouwen – niet toe komen omdat het land daarvoor te onveilig is.

Het zou daarom goed zijn als Nederland extra investeringen in Defensie gepaard laat gaan met een ferm besluit om niet meer deel te nemen aan vredesmissies in oorlogsgebieden. Nederland zou zich moeten richten op het handhaven van vrede en het helpen bij de opbouw van fragiele landen. In andere woorden: landen waar de net verworven vrede moet worden bewaakt of die zich op rand van een burgeroorlog bevinden. Denk bijvoorbeeld aan Oost-Timor, Liberia, of Kameroen die allemaal hoog op de zogeheten fragile states-index staan. De Verenigde Naties, de Wereldbank en the global commission (commissie Albright) van het Hague Institute of Global Justice vragen om meer aandacht en geld voor die instabiele landen. Het belang daarvan is helder: als er wordt geïnvesteerd in het stabiliseren van die landen nemen de gevaren van radicalisering, burgeroorlog en corruptie af. Die inzet vraagt om diepte-investeringen in onderwijzers, politiemannen, rechters en sociaal werkers, maar zeker niet in de laatste plaats om militairen die zichtbaar zijn en veiligheid afdwingen waar ze nodig is.

Nederland zou zich als ‘kampioen van de fragiele landen’ kunnen manifesteren en zo eindelijk eens toe komen aan de ontwikkeling van het Nederlandse model van militairen die weten hoe ze kunnen samenwerken met de lokale bevolking.

Daar mag best wat meer geld aan worden besteed en het zou mooi zijn als de oproep van DENK de aftrap was van een stevig verkiezingsdebat.


Laatste publicatie van MennovanderVeen

  • Rimpelgeweld

    Februari 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (28)