288
1

journalist / publicist

Manon Stravens (1977) is freelance journalist. Daarvoor werkte ze als ontwikkelingswerker. Tussen 2009 en 2013 woonde en werkte ze in Bamako (Mali) op het regiokantoor van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie ICCO. In 2013 verscheen haar boek 'Bamako Bonjour!' over heethoofden, hulp en humor in crisistijd (ICCO, KIT Publishers, Vice Versa). In 2015 verscheen het boek 'De opstand van Boko Haram'.

Kinderarbeidsvrije zone: kraakhelder concept in weerbarstige praktijk

Kinderen in de krochten van de wereldeconomie 

Wereldwijd zijn nog altijd 168 miljoen kinderen aan het werk. In de Child Labour Free Zone , ontstaan in India, werkt iedereen mee aan de bestrijding daarvan. ‘Geen enkel kind aan het werk, allemaal naar school’. Want kinderarbeid is eerder de oorzaak dan het gevolg van armoede.

Mali kent keiharde kinderarbeid. Dat zie ik met eigen ogen in een goudmijn bij Bougouni, op drie uur rijden van de hoofdstad Bamako. In een door diepe gaten aangetast gebied, staan tientallen uit stromat-ten opgetuigde optrekjes. Er wordt gegraven en gezeefd. Emmers met zand en stenen worden omhoog getrokken. ‘Telefonisch’ contact met ondergrondse mijnwerkers loopt via een rubberen buis diep in de grond. Mini-shops verkopen sigaretten en zeep. Drie bemodderde jonge meisjes zeven flinters goud uit zand. Ze staan in een brandende zon tot hun knieën in het water. Mali is Afrika’s derde grootste goudproducent. Een vijfde van de kleinschalige goudmijnwerkers is kind.

Extra inkomen
Deze kleine meisjes brengen hun families wat extra inkomen, tussen de € 0,75 tot € 4,00 per dag. Ze behoren tot die 80% van de Malinese kinderen in de leeftijd van 7 tot 14 jaar die werken. En tot de 168 miljoen werkende kinderen wereldwijd. Tien procent van alle kinderen tussen de 5 en 17 jaar. In de Turkse hazelnotenproductie, de Ivoriaanse cacaoplantages, Ghanese visserijen, Indiase steengroeven, Ethiopische weverijen of op al die miljoenen gewone akkers of huishoudens zijn. Kinderen heb-ben de vingertjes voor het knopen van de visnetten. En ze zijn goedkoop. Maar een werkend kind geniet geen of weinig onderwijs. Riskeert later een lager betaalde baan. En is minder geneigd de eigen kroost in de klas te zetten. Of haalt het er door een belabberd of ontoegankelijk onderwijssysteem er weer eerder uit.

Misvattingen
Even wat misvattingen de wereld uit. Kinderarbeid is goedkope arbeid op korte termijn. Maar vergroot de armoede juist op den duur. En hoewel arme ouders hun kind voor wat extra inkomen laten werken, blijken traditie, discriminatie, uitsluiting en slecht, ontoegankelijk onderwijs even zo belangrijker redenen te zijn. De meeste werkende kinderen wonen in middeninkomenslanden.

Kinderarbeid is verboden, volgens het Verdrag van de Rechten van het Kind. Maar krijg al die miljoenen kindwevertjes, akkerbouwertjes, straatverkopertjes, naaistertjes, hoertjes, mijnwerkertjes of dienstmeisjes de krochten van de wereldeconomie maar eens uit. Dat vraagt een gigantische mobilisatie van middelen, mensen, maatregelen en moed. Logisch dat de Internationale Arbeidsorganisatie ILO focust op de ’ergste vormen van’, de schadelijkste, zwaarste en gevaarlijkste werken voor een kind. In textielfabrieken, mijnen of de prostitutie bijvoorbeeld. Het aantal kinderen in dit werk halveerde sinds 2000. Het totaal aantal werkende kinderen nam sindsdien met ruim een derde af.

Maar met een focus op de ergste vormen, sluit je de helft van de werkende kinderen uit. Al die akkerbouwertjes en geitenhoedertjes of die helpende meisjeshand in het huishouden. Zeventig procent werkt namelijk onbetaald met de familie mee, zestig procent in de landbouw. Het zijn ‘onzichtbare’ kinderen die aan het werk zijn, zonder dat je dat zo zou bestempelen. Kinderen die óók recht hebben op kwaliteitsonderwijs en kind zijn. ’Geen enkel kind aan het werk, allemaal naar school’, is de droom van de Indiase Venkat Reddy. Hij is met zijn organisatie MV Foundation het brein achter de CLFZ, de Child Labour Free Zone. En daarmee een groot inspirator van de coalitie Stop Kinderarbeid. De kinderarbeidsvrije zone is een geografisch afgebakend gebied, waar alle ouders, leraren, werkgevers, vakbonden, autoriteiten en anderen overtuigd zijn van het kwaad van kinderarbeid en de zegen van goed formeel onderwijs. Waar ze zich allen inzetten voor een microkosmos waar kinderen blij en beschermd, werkloos en schoolgaand zijn.

Experiment
Een joekel van een ambitie. Maar het kan, zegt Venkat met een grijns en een stel glimmende oogjes. En het moet, voegt hij toe. ‘Want elk kind dat niet naar school gaat, is beschikbaar voor werk.’

De Indiër stuurde ooit alle kinderen uit een dorp in een bus op vakantie, bij wijze van experiment. ’Dan zie je hoe inventief de mensen zijn in het vinden van oplossingen’. Zo makkelijk is dat niet. ’Eerst moeten we al die kinderen leren kennen, weten wat hun situatie is.’ Behalve een goed en toegankelijk onderwijssysteem zijn statistieken minstens zo cruciaal. In India gaan dorpsvrijwilligers huis aan huis om het kind in beeld te brengen en een plan te maken. MV Foundation hielp zo naar eigen zeggen een miljoen kinderen de werkplaats uit, de schoolbanken in. En nu is hij, trots tot in de haarvaten, in Mali om zijn concept te lanceren. Aan maar liefst 45 andere kinderrechtenbeschermers uit de wereld, van Nicaragua en Zimbabwe tot Marokko en Uganda.

Cijfers ontbreken
Krijg de kinderarbeidsvrije zone in Mali maar eens voor elkaar. Tijdens een bezoek aan het dorp Sibila worden we ontvangen door massa’s Malineesjes. ’Maar de cijfers ontbreken’, constateert Venkat. On-duidelijk is hoeveel kinderen er op school zitten, hoeveel het dorp er überhaupt precies telt. Zeker is dat al dat rond rennend kroost nooit past in de handvol klaslokalen van het kleine schooltje. Hoeveel van die kinderen gaan na ons bezoek echt de schoolbanken in? En hoeveel naar de akkers, de markt of nog erger, die goudmijn om de hoek? En de perceptie op kinderarbeid is hier anders. In Mali is niet veel grootschalige industrie en weinig plantages. Een kind laten werken, hoort ook bij zijn socialisatie-proces.

Mali is geen India, blijkt ook op de weg terug. Ik dood de tijd in het busstation met vier kleine Malineesjes. Al grappend val ik van ambitieuze idealen terug in de keiharde realiteit. ‘Hij is een paysan (ongeletterde boer), daarom snapt hij niks van wat jij zegt’, grapt een guitige jongetje, terwijl hij gemoedelijk op het been van zijn vriendje slaat. Die ging nooit naar school. Hij wel. Maar niet voor lang. ’Mijn moeder werd ziek en mijn vader kon geen schriften kopen’, zegt hij, een beetje spijtig lachend. Nu werken ze allebei op het land van hun vader.

Kettingen
Twee jonge meisjes komen er op een afstandje bijzitten. Een van hen haalt de schaal met kettingen en armbandjes van het hoofd. Onderuitgezakt en onder het oog van haar vriendinnetje begint ze de sieraden te sorteren. De helft van de kinderen in Mali maakt de basisschool niet af. Zoveel kinderen nog aan het werk. De weg naar een kinderarbeidsvrije wereld is nog een hele lange. En de kinderarbeidsvrije zone een kraakhelder concept in een uiterst weerbarstige praktijk.

Zie www.stopkinderarbeid.nl


Laatste publicatie van Manon Stravens

  • De opstand van Boko Haram

    augustus 2015


Geef een reactie

Laatste reactie