Bio Bekijk alles van Bart Fleuren Word fan

Bart Fleuren

Bart Fleuren jurist, filosoof en lid CDJA

18 oktober 2010 Reageer (38) 1438 x bekeken Politiek RSS

Nederlandse student is een keizer zonder kleren

Joop-debat: Beter onderwijs? Studenten en scholieren moeten zelf beter hun best doen

'Meneer, wat is een hiaat?" Deze vraag, die mij in mijn tweede week als werkcollegedocent aan de Leidse rechtenfaculteit werd gesteld, bevat een hint van zijn eigen beantwoording.

In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte wordt de ambitie gesteld om tot de top-5 van de kenniseconomieën te behoren. Het regeerakkoord beoogt de kwaliteit van het hoger onderwijs te versterken en hogere prestaties te bevorderen. De concrete maatregelen die zijn voorgesteld, zijn bezuinigen op onderdelen van de begroting, die niet bijdragen aan het primaire proces, het invoeren van een sociaal leenstelsel in de masterfase, het verhogen van het collegegeld voor 'langstudeerders', het afschaffen van de numerus fixus, specialisatie van onderwijsinstellingen en samenwerking met het bedrijfsleven. Op het niveau van het basisonderwijs wordt een verplichting ingevoerd voor kinderen met een taalachterstand, om deel te nemen aan vroeg- en voorschoolse educatie. Ook wil men de kwaliteit van de lerarenopleiding verhogen en een prestatiebeloning voor docenten invoeren.

Zijn deze maatregelen bedoeld om het niveau van de Nederlandse universiteiten daadwerkelijk te verhogen en van Nederland een 'competitief kennisland' te maken?

Ondanks het positieve taalgebruik van het regeerakkoord nemen VVD en CDA geen afstand van het sinds jaar en dag geldende paradigma: politici en beleidsmakers zoeken de oplossingen in institutionele en kwantitatieve aspecten van het onderwijs, zoals studiefinanciering, prestatiebeloningen en het aantal contacturen. Zij hebben echter onvoldoende oog voor de inhoud van het onderwijs zelf en de examenniveaus voor het vwo, zaken die uiteindelijk bepalend zijn voor het gebrekkige niveau van de Nederlandse universiteiten.

Vanwege de daling van de examenniveaus zijn de Nederlandse onderwijsinstellingen inhoudelijk zodanig uitgehold, dat er niet veel meer overblijft dan een diplomamachine, waaruit duizenden Ungebildeten per jaar voortvloeien. De Nederlandse student is een keizer zonder kleren geworden: hij heeft misschien een vwo-diploma, maar in vergelijking met propedeusestudenten van vijftig jaar geleden, is hij minder bekwaam in wiskunde, spreekt hij zijn talen minder goed en heeft hij minder kennis van de wereldliteratuur.

Het gevolg is dat faculteiten de eerste semesters noodgedwongen besteden aan reparatiewerkzaamheden, en gezien de massaliteit van het onderwijs slagen zij er vaak niet in om studenten aan het einde van hun studie op een academisch niveau te brengen. Bij een flink aantal studies kan de vraag worden gesteld of er geen sprake is van wanprestatie van de onderwijsinstelling jegens de studenten en de maatschappij.

Hoe kan dat veranderen? Allereerst is het voor verbetering van het universitaire niveau essentieel dat eerst het niveau van de middelbare school verbetert: dat is bepalend voor al het andere onderwijs. Eerstejaars weten weinig, en daar kan met relatief weinig middelen heel veel aan worden gedaan.

De oorzaak daarvan is dat er te weinig van middelbare scholieren geëist wordt: de onderwijsmaterialen zijn, ook op het vwo, van een deplorabel niveau. Er mag gebruik worden gemaakt van grafische rekenmachines en naslagwerken tijdens proefwerken en examens. De verplichte boekenlijst voor Nederlands en de moderne talen voor het eindexamen is sterk verminderd. Bij geschiedenis worden geen data, personen en feiten onthouden, maar wordt er in los verband en met gebruik van politiek niet ongekleurde handboeken in algemene bewoordingen over ontwikkelingen 'gereflecteerd'. Hoe kunnen de institutionele maatregelen, zoals in het regeerakkoord voorgesteld, ooit leiden tot enige verbetering op dit gebied? Weten eerstejaarsstudenten over vier jaar ook maar een greintje meer als ze binnenkomen op de universiteit?

Wat moet er gebeuren? Het behalen van een vwo-diploma moet een stuk minder vrijblijvend worden. Om ervoor te zorgen dat bètascholieren wiskundige bekwaamheid ontwikkelen, is tijdens de proefwerken en examens het gebruik van grafische rekenmachines niet toegestaan. Bij geschiedenis leren scholieren in de onderbouw belangrijke gebeurtenissen en situaties uit de (Europese) geschiedenis uit hun hoofd: zonder basale kennis is reflectie daarover zinloos. Wat is erop tegen om Nederlandse scholieren met een alfaprofiel voor elke taal, net zoals vroeger, een flink aantal literaire werken van voor 1850 te laten lezen? Zou het niet verrijkend zijn om ze deze werken gedeeltelijk uit het hoofd in de klas te laten opvoeren, en aan de hand van secundaire literatuur te laten becommentariëren?

Als studenten harder moeten werken, dan kan er weer een gezonde leercultuur ontstaan. Die is nu overbodig vanwege de gebrekkige inzet die is vereist om alles te halen. Ook zal het de inhoud van het alfaonderwijs ten goede komen en scholieren in grotere mate voorzien van een cultureel en historisch besef. Een toekomstige communicatieadviseur heeft misschien in zijn dagelijkse werk geen parate kennis van Shakespeare en Homeros nodig, maar in elk geval heeft hij dan een goede prikkel om af te zien van drie uren televisiekijken of het spelen van computerspelletjes. Het belangrijkste gevolg van het verhogen van de examenniveaus is dat, door hard te werken, pubers discipline wordt bijgebracht. Dit is nog steeds de belangrijkste deugd in onze economie, die in de permissieve leercultuur dreigt weg te vallen.

Studenten en scholieren kunnen hogere examenniveaus aan, ook zonder dat er meer aandacht aan ze wordt besteed, namelijk door zelf beter hun best te doen. Hoe hoger de lat wordt gelegd, hoe groter de kans dat het niveau toeneemt. Hoe harder mensen moeten werken voor iets, hoe meer zij het idee krijgen dat er echt iets valt te leren, en hoe groter de kans dat zij intrinsieke motivatie ontwikkelen om verder te studeren. Mochten zij deze intrinsieke motivatie niet ontwikkelen, dan hebben zij tenminste meer kennis opgedaan en discipline geleerd. En mochten zij deze motivatie op latere leeftijd wel ontwikkelen, dan hoeven zij er geen spijt van te hebben dat zij op hun vijftiende niet doorhadden dat je in Nederland als middelbare scholier - uitzonderingen daargelaten - autodidact moet zijn, om echt iets te leren.

Kunnen Nederlandse jongeren een hoger niveau wel aan? Dat ze het twee generaties geleden konden, bewijst dat het nu ook kan, ongeacht de opkomst van internet en andere communicatiemiddelen. Ook dient een vergelijking met het buitenland zich aan. In Nederland wordt gedacht dat studenten aan buitenlandse topuniversiteiten slimmer zijn dan Nederlandse studenten. Deze gedachte is niet terecht. Uit ervaring weet ik dat het merendeel van de bachelorstudenten in bijvoorbeeld Cambridge niet slimmer is dan de gemiddelde ex-gymnasiast. Zij hebben echter wel meer discipline, omdat van hen veel meer wordt gevergd, zowel door de middelbare school als door de universiteit. Per week leveren ze per vak één essay in, waarvoor meerdere boeken en artikelen gelezen moeten worden. Ook bestaan er in Cambridge geen herkansingsmogelijkheden. Toch vallen er per studie veel minder mensen af dan in Nederland.

Ten tweede is het noodzakelijk om de perverse prikkels in het (financierings)stelsel van het hoger onderwijs weg te nemen. De overheid meent dat de kwaliteit van opleidingen moet worden versterkt, maar doet niets aan het huidige mechanisme waarin faculteiten geld krijgen per studiepunt dat de student behaalt en wanneer de student een diploma ontvangt. Daardoor hebben faculteiten, die toch al kampen met te weinig docenten in verhouding tot het aantal studenten, een prikkel om de examenniveaus te verlagen, zodat zij sneller aan inkomsten komen.

Dit heeft onlangs geleid tot een schandaal bij de hogeschool InHolland. Het is echter een structureel probleem, dat met name bij grote studies heeft geleid tot niveauverlaging, dat zich bijvoorbeeld manifesteert in eenvoudigere tentamenvragen, multiple-choice tentamens, verwaterde leerstof, kortere scripties en hoorcolleges die door een videoverbinding gevolgd worden.

Een andere kwestie is dat de student niet zelf voor zijn onderwijs betaalt. Het wettelijke collegegeld is een vast bedrag dat bij de meeste studies ver onder de werkelijke kosten ligt. Die worden in het huidige stelsel vergoed door de staat, die studenten bovendien studiefinanciering geeft. Gepaard met de vaak onbeperkte mogelijkheid tot herkansing, maakt dit dat studenten de consequenties van onverantwoordelijk studiegedrag zelf nauwelijks ondervinden. In dit verband zijn het invoeren van een sociaal leenstelsel voor de masterfase en het verhogen van het collegegeld voor mensen die te weinig studiepunten halen, misschien een stap vooruit.

Geen systeem is perfect, maar ons systeem kan veel beter. Om de perverse prikkel voor studenten weg te nemen, kunnen een aantal maatregelen worden overwogen.

Ten eerste: geef aan de studenten, zoals nu het geval is aan University College Utrecht, geen standaard herkansingsmogelijkheid. Dan zullen zij zich gedwongen voelen om serieuzer te studeren. Ten tweede: selecteer bij elke studie aan de poort met een selectiegesprek aan de hand van een motivatiebrief en een cv, al was het maar om ervoor te zorgen dat studenten beter gemotiveerd aan hun studie beginnen en slechte studiekeuzes voorkomen. Ten derde: verhoog het wettelijke collegegeld tot een reëler bedrag. De student of zijn ouder schrijft dan een hoger bedrag van zijn rekening af, dat eventueel achteraf door de overheid vergoed wordt wanneer de studieresultaten zich daarvoor lenen. Op deze wijze realiseert de student zich dat studeren niet voor niets is, en doet hij - net zoals in de rest van de wereld - beter zijn best.

Het Nederlands middelbaar onderwijs is sinds de Mammoetwet van 1968 steeds middelmatiger geworden. De doelstelling om mensen gelijke kansen te geven is goed, maar behoort er niet toe te leiden dat de massa op een gemiddeld lager niveau uitkomt, dan voorheen. Een remedie daarvoor is een heropleving van het verheffingsideaal, dat ten grondslag lag aan het Bildungsideaal van Von Humboldt en zijn Nederlandse volgers. Het verhogen van het niveau sluit een hoog aantal gediplomeerden niet uit: hoe hoger de lat wordt gelegd, hoe meer mensen hun best zullen doen. Dat betekent overigens niet dat een ambacht of een ander niet-academisch beroep weinig voorstelt. Daarvoor geldt een vergelijkbaar argument als voor de universiteiten, alleen dan met betrekking tot technische vaardigheden.

Daadwerkelijke kennis van gediplomeerden is de enige maat waaraan de kwaliteit van het onderwijs gemeten moet worden. Politici, beleidsmakers en vertegenwoordigers van studenten en onderwijsinstellingen zouden zich minder op de natjes en droogjes moeten richten en meer op de werkelijke belangen van studenten. Waarom zetten zij zich niet sterker in voor de verhoging van de examenniveaus en serieuzere onderwijsmaterialen?

De harde les is dat, om onze 'kenniseconomie' internationaal competitief te maken, er niet alleen meer, maar ook vooral goede ingenieurs en masters nodig zijn.

Bart Fleuren gaat dinsdagochtend om 11:45 uur in debat bij DeGids.FM, live op Radio 1.

Dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad


Laatste Reacties (38) Reageer Reacties in wachtrij: 0

  • L H, zo 31 oktober 2010 12:07 Reageer op L

    L

    Goed artikel. Zoals een meneer van Philips een paar jaar geleden zei: "We zijn hier niet over het paard getild maar over de manage geslingerd". Hoogste tijd om te stoppen met nivelleren, competitie te stimuleren en harder te gaan werken.

  • Piet de Geus, zo 31 oktober 2010 12:31 in reactie op L H Reageer op Piet

    Piet

    "We zijn hier niet over het paard getild maar over de manage geslingerd"

    Ik wou dat ik hem verzonnen had ;)

  • Jager Verzamelaar, do 21 oktober 2010 12:21 Reageer op Jager

    Jager

    Een ding maakt deze meneer wel duidelijk; Hij is het levende bewijs dat ons onderwijs ver beneden niveau is tegenwoordig ;-)

  • Jan B, wo 20 oktober 2010 18:41 Reageer op Jan

    Jan

    En dan nog iets: het verbod op het gebruik van een rekenmachine bij tentamens dat Bart Fleuren voorstaat (volgens het NRC van vandaag) is natuurlijk volslagen ridicuul. Voordat de eerste electronische zakrekenmachines op de markt kwamen was er de rekenlineaal al. Die mocht bij mijn weten ook gewoon gebruikt worden tijdens tentamens, al was het maar om even een antwoord te checken. Juristen (zeker in spe) dienen zich niet te bemoeien met het onderwijs in exacte disciplines. De enige eis die ik wat betreft het thema tentamens en rekenmachines zou willen stellen is dat de rekenmachine geen mogelijkheden voor symbolisch rekenen heeft.

  • Jan B, di 19 oktober 2010 20:24 Reageer op Jan

    Jan

    Een sollicitatiegesprek om aan een studie te mogen beginnen? Inclusief CV en motivatiebrief? Laat me niet lachen. En dan een panel van "deskundologen" laten oordelen of iemand geschikt is zeker. Het is geen aflevering van idols.

  • Marieke R, di 19 oktober 2010 15:49 Reageer op Marieke

    Marieke

    De studenten valt weinig kwalijk te nemen. Er zijn nauwelijks meer oud-VWO-ers te krijgen om les te geven aan de VWO-ers van nu.

  • Hermione Her, di 19 oktober 2010 13:45 Reageer op Hermione

    Hermione

    De eeuwige student bestaat echt niet meer. Je moet in het eerste jaar een bepaald aantal punten halen, anders moet je stoppen.

  • Hermione Her, di 19 oktober 2010 13:44 Reageer op Hermione

    Hermione

    Mijn dochter van 18 is dit jaar begonnen met Psychologie aan de Universiteit. Ze moet 4 a 5 dagen naar de opleiding en daarvoor reist ze 2,5 uur per dag. Soms moet ze ook 's avonds nog en verder zie ik haar thuis alleen maar bezig met de studie. Haar jaargenoten hebben dezelfde instelling en het is een onzinverhaal, dat studenten niets uitvoeren en alleen maar bier zuipen. Zaterdags heeft ze een bijbaantje om alles te kunnen bekostigen. De studiefinanciering is slechts 90 euro per maand en daarvan moet o.a. ook de zorgverzekering betaald worden. Collegegeld en boeken, ongeveer 2500 euro, betaal ik voor haar.

  • Piet de Geus, di 19 oktober 2010 02:10 Reageer op Piet

    Piet

    Het enige wat ik in dit oerconservatieve verhaal nog mis is een pleidooi voor het invoeren van lijfstraffen. In de tijd dat het Spaanse rietje werd gehanteerd bleef men immer veel beter bij de les!

    Bart Fleuren weet redelijk onder woorden te brengen wat er mis is met het onderwijs, maar zijn reactie daarop is niet die van een bevlogen student maar van een oude man die maar blijft mekkeren dat het vroeger allemaal beter was.

    Alleen al wat hij over geschiedenis schrijft: je hoeft er helemaal niets van te snappen en geen verbanden te kunnen leggen, zolang je maar in de hoofd stampt dat in 1600 de Slag bij Nieuwpoort plaatsvond. Maar hoeveel mensen die nog steeds "1600 de Slag bij Nieuwpoort" kunnen opdreunen weten wie er daar slaags raakten? Ze weten hooguit dat bij de Slag bij Nieuwspoort in 2010 Hero Drinkman een ober te lijf ging.

  • Archie Bunker, di 19 oktober 2010 10:18 in reactie op Piet de Geus Reageer op Archie

    Archie

    Het is niet of/of maar en/en.
    Parate kennis gecombineerd met inzicht leidt tot de beste resultaten.
    Daarvoor moet gewerkt worden.
    Ik heb in mijn omgeving veel te maken met mensen die in het oostblok zijn opgegroeid. Het onderwijs-systeem daar is vergeleken met NL spartaans.
    Wat me steeds opvalt is hoe breed deze mensen zijn opgeleid en hoe hoog hun niveau is.
    Ik durf de stelling aan dat de gemiddelde student daar meer weet over de West-Europese geschiedenis dan de gemiddelde student hier. En dan heb ik het niet alleen over feitenkennis. Ook op het gebied van literatuur, argumenteren, presentatietechnieken etc. steken ze met kop en schouders boven ons uit.

    Oorzaak? Dit artikel legt precies de vinger op de zere plek.

  • Jan B, do 21 oktober 2010 12:50 in reactie op Archie Bunker Reageer op Jan

    Jan

    Klopt, het onderwijsniveau in het voormalige oostblok was/is inderdaad vrij hoog. Dat was al zo in de communistische tijd.

  • dr. Bob, di 19 oktober 2010 00:38 Reageer op dr.

    dr.

    Ik begrijp niet waarom een jongen die duidelijk niet achteraan heeft gestaan toen de denkramen werden uitgedeeld lid zou willen worden van het CDA, maar ik moet 'm complimenteren met het artikel.
    Vanavond op de BBC een quizz gezien die "university challenge" heet.
    De twee teams kwamen van tamelijk obscure universiteiten (Cardiff en Exeter) en waren natuurlijk geselecteerd op hun algemene kennis, maar als je die kinderen zo bezig zag dan zou je bijna gaan denken dat er nog hoop is voor de planeet. Ik weet niet wat die Engelsen anders doen in hun onderwijssysteem maar daar kan Nederland nog een hoop van leren. Hier zijn we de afgelopen 30 jaar in ieder geval totaal de weg kwijt geraakt.

  • Kordotium -, di 19 oktober 2010 00:08 Reageer op Kordotium

    Kordotium

    Aardige poging om een aantal misstanden onder woorden te brengen en verbetervoorstellen te doen.

    Jammer alleen dat Bart zijn centrale premisse niet onderbouwt. Namelijk dat de onderwijskwaliteit van scholieren c.q. studenten in Nederland achteruit is gegaan. Zowel een vergelijking over de jaren heen in Nederland als een internationale vergelijking ondersteunen zijn verhaal niet.

    Nogmaals, dat neemt niet weg dat het niet beter kan en moet.

    Wanneer een auteur echter denk dat zijn stukje aan kracht wint door zulk een eclatant populisme dan is dat een ultiem zwaktebod.

  • Jan Bakker, di 19 oktober 2010 00:45 in reactie op Kordotium - Reageer op Jan

    Jan

    "Jammer alleen dat Bart zijn centrale premisse niet onderbouwt. Namelijk dat de onderwijskwaliteit van scholieren c.q. studenten in Nederland achteruit is gegaan. Zowel een vergelijking over de jaren heen in Nederland als een internationale vergelijking ondersteunen zijn verhaal niet."

    Ik meen inderdaad ook iets te hebben gelezen over een onderzoek dat liet zien dat middelbare scholieren helemaal niet slechter zijn in wiskunde en taal dan hun collega's van 50 jaar geleden. Ook de lijstjes die de beste universiteiten ter wereld bijhouden zijn niet veelzeggend: Nederlandse universiteiten kunnen nou eenmaal niet opboksen tegen het budget en de selectie van Harvard of de bijna slaafse toewijding van Chinese studenten die de keuze hebben: tienen halen of terug naar de hut van modder van je ouders en dan nog wordt er gemeten aan de hand van het aantal publicaties en referenties wat uiteraard niets zegt over kwaliteit. Het zou kunnen hoor, dat de kwaliteit achteruit gaat, misschien omdat er nu gewoon meer mensen studeren dan vroeger, dus ook meer mensen die het VWO met zesjes halen, maar echt bewezen is het niet, het is vooral, zoals Kordotium zegt, een staaltje populisme.

    En serieus? Meer "literatuur" lezen? Waarom? Zodat studenten later in elitaire clubjes zwaar overschatte schrijvers kunnen bediscussieren en grapjes over het proletariaat kunnen maken? Is daar de samenleving mee gediend of alleen de fantasieen van vergrijzende hoogleraren in de nietskunde die hun sigarenclubje met de jongens niet kwijt willen? Leer de scholieren dan liever argumentatieleer en logica, want daar ontbreekt het bij menig advocaat en rechter aan en niet alleen de jonkies...

    Dat de grafische rekenmachine niet gebruikt moet worden op toetsen daar kan ik inkomen, dat mocht ik ook niet in Belgie en ook de geschiedenisles moet uiteraard goed ingericht worden, maar niet weer een droge opsomming worden van data en namen zoals vroeger want dat was ook niet beter.

  • Eline W, ma 18 oktober 2010 23:17 Reageer op Eline

    Eline

    Goed artikel waar wel een hele hoop in zit. Maar ook een hoop waar ik het niet mee eens ben.

    Zo denk ik niet dat het verhogen van het collegegeld goed zal zijn voor het onderwijs. Het zal studenten afschrikken, en studenten met arme ouders dwingen zich in een lening te storten.
    Het wettelijk collegegeld dekt de kosten niet, maar wat de werkelijke kosten zijn verschilt per studie, zoiets zal dus ook collegegelddifferentiatie (tussen opleidingen) kunnen veroorzaken, dit zal veelal in het nadeel zijn van betástudies (practicumapparatuur, individuele begeleiding bij projecten e.d.). En kleine studies (deze criteria overlappen vaak). Dit zal leiden tot nog meer massaonderwijs bij goedkope studies.

    Dan nog iets over de grafische rekenmachine. Ik denk dat dit ooit een poging is geweest om techniek te omarmen of zo. Er is alleen één heel groot probleem met die dingen, je kan erin zetten wat je wilt, en daar zijn geen regels voor. Een goede hervorming van de nieuwe 2e fase is dat leerlingen bij wiskunde geen formulekaart meer mogen hebben, maar omdat er geen regels zijn over rekenmachines zal deze maatregel niet veel uitrichten. Misschien dat je het wiskundeonderwijs in delen met en zonder rekenmachine kan splitsen. Dat ding heeft namelijk zeker toegevoegde waarde, in de zin dat middelbare scholieren kunnen leren omgaan met dingen die niet (makkelijk)analytisch op te lossen zijn.

  • Jan B, do 21 oktober 2010 13:55 in reactie op Eline W Reageer op Jan

    Jan

    Ik zie het probleem met de opslag van formules in die grafische rekenmachines niet zo. Je hebt namelijk niets aan een formule als je er niet mee kunt werken. Bovendien lijkt het me erg onpraktisch om telkens in zo'n apparaat te moeten gaan browsen op zoek naar iets bruikbaars. Dat kost tijdens een tentamen gewoon teveel tijd en lijkt me eerlijk gezegd geen alternatief voor parate kennis. Een groter probleem vind ik het gegeven dat veel van die machines de mogelijkheid hebben om (beperkt) algebraisch te rekenen. Dat brengt het risico met zich mee dat studenten geen goede vaardigheden en inzicht meer ontwikkelen in het werken met formules en bijv. zelfs de simpelste herleidingen door zo'n machientje laten doen, iets dat uiteindelijk funest voor het zinvol leren werken met formules. Wat die machines namelijk niet kunnen is de handigste herleiding of representatie van een uitdrukking kiezen en daar gaat het vaak om.

  • Grolschje ., ma 18 oktober 2010 22:52 Reageer op Grolschje

    Grolschje

    Met die basisbeurs is het goed en makkelijk zuipen :).

  • Jan Bakker, di 19 oktober 2010 00:47 in reactie op Grolschje . Reageer op Jan

    Jan

    Joepie, 250 euro per maand, ja da's leven als God in Frankrijk...

  • Grolschje ., di 19 oktober 2010 11:29 in reactie op Jan Bakker Reageer op Grolschje

    Grolschje

    250 als je nog thuis bij je paps en mams woont. Uitwonend kan het oplopen tot 550.

  • Gerrit van Doornik, di 19 oktober 2010 13:36 in reactie op Grolschje . Reageer op Gerrit

    Gerrit

    @grolschje, dat is gewoon niet waar. Uitwonende beurs is € 266,23, thuiswonend €95,61. Zie hier: http://www.ib-groep.nl/particulieren/studiefinanciering/sfho/bedragen.asp

    Huur is gemiddeld boven de € 350, zie hier: http://www.studned.nl/2461/wonen-en-werken/huur-studentenkamer-stijgt-met-54-procent

    Dus er blijft niks over om op te drinken. Check je feiten voortaan en baseer je reactie ergens op.

  • Grolschje ., di 19 oktober 2010 23:02 in reactie op Gerrit van Doornik Reageer op Grolschje

    Grolschje

    zorgtoeslag, aanvullend etc.

    Die huurprijs van 350 euro komt omdat de rijke studenten allen midden in het centrum van Utrecht, Amsterdam, Delft zitten. Dan betaal je zo 600/700 euro. De rest die gewoon een kwartiertje van het centrum zit betaald 200/300. Incl Gas/water/licht/internet.

  • Gerrit van Doornik, di 19 oktober 2010 13:39 in reactie op Grolschje . Reageer op Gerrit

    Gerrit

    Goed stuk, doet me denken aan de column van Johan Schaberg in NRC: http://corporate.weblog.tudelft.nl/2010/10/07/geef-ons-de-echte-ingenieurs-terug

    Overigens denk ik dat een beter niveau van docenten, zeker op de basisschool en middelbare school, veel zou oplossen. Dit is iets dat erg makkelijk over het hoofd wordt gezien.

  • Gerrit van Doornik, di 19 oktober 2010 13:46 in reactie op Gerrit van Doornik Reageer op Gerrit

    Gerrit

    Zie dat mijn 2e reactie verkeerd is geplaatst. Was geen reactie op Grolschje.

  • Janssen zelf, di 19 oktober 2010 13:41 in reactie op Grolschje . Reageer op Janssen

    Janssen

    Afhankelijk van het inkomen van de ouders.
    Als die wat meer verdienen dan modaal, zit je rond de 100 euro in de maand. Vergeleken met de 300 euro uitwonende beurs die je dan krijgt is dat behoorlijk veel.

  • Jan Bakker, wo 20 oktober 2010 20:48 in reactie op Grolschje . Reageer op Jan

    Jan

    Nee, je krijgt rond de 90 euro als je bij je ouders woont, 266 euro als je uitwonend bent en afhankelijk van het inkomen van je ouders kun je nog maximaal 250 euro aanvullende beurs krijgen, om de volle 250 euro te krijgen moeten je ouders rond het bestaansminimum zitten.

    Aan vaste lasten zoals collegegeld (1670 euro per jaar), telefoon (20 euro per maand) en zorgverzekering (50 euro per maan) ben je al 210 euro per maand kwijt, dan heb je nog de huur, kleding, boodschappen en boeken (dat loopt bij sommige studies zoals geneeskunde op tot 1000 euro per jaar). Daarom moeten vrijwel alle studenten lenen en/of werken. De studiefinanciering is allang niet meer wat ie 20-30 jaar geleden was.

  • Jan B, di 19 oktober 2010 20:26 in reactie op Jan Bakker Reageer op Jan

    Jan

    Frankrijk staakt op dit moment.

  • Aert Willem d'Holbach, di 19 oktober 2010 11:31 in reactie op Grolschje . Reageer op Aert Willem

    Aert Willem

    Da's meer dan ik ooit kreeg (namelijk niets) ;-)

  • Rob van Koot, ma 18 oktober 2010 22:34 Reageer op Rob

    Rob

    Goede tekst hoor. En inderdaad had de mammoet nooit afgeschaft meoten worden. Welke minister was dat? Schande! Het werkte prima maar opeens moest het weer anders. Het is nooit meer goed gekomen. Vernieuwingsdrang om niets.

  • Hannes Minkema, di 19 oktober 2010 01:45 in reactie op Rob van Koot Reageer op Hannes

    Hannes

    Hoe komt u er bij dat de Mammoetwet is afgeschaft? Kunt u niet lezen?

  • Hannes Minkema, di 19 oktober 2010 01:48 in reactie op Rob van Koot Reageer op Hannes

    Hannes

    Mijn vraag aan Bart Fleuren (en zijn respondenten) is wat de volgende figuur hen zegt over de niveaubewaking in het Nederlandse voortgezet onderwijs:

    http://tinyurl.com/3yqdqgk

    Zelf lees ik er bijvoorbeeld in dat een doorsnee havo-klas anno 2010 bestaat uit leerlingen met min of meer dezelfde capaciteiten als de doorsnee mavo-klas uit 1971.

  • Aert Willem d'Holbach, di 19 oktober 2010 09:49 in reactie op Hannes Minkema Reageer op Aert Willem

    Aert Willem

    U zou wat meer achtergrondinformatie bij de figuur kunnen bieden.

    Tot nu toe lees ik er uitsluitend in dat in 1971 ongeveer 50% van de schooljeugd die examen deed dat examen deed op MAVO-niveau of hoger (dat betekent dus mogelijk dat er veel - ongeveer 50% - lagere beroepsopleidingen zoals LTS en LEAO werden gevolgd) en dat in 2009 bijna 75% van de schoolgaande jeugd examen deed op minimaal VMBO/MAVO-niveau. Daaruit concludeer ik dat het opleidingsniveau van de schooljeugd die examen doet relatief is verschoven naar een hoger niveau. In absolute zin? Dat blijkt niet uit deze figuur.

    De tabel zegt niets over het niveau van de scholieren, slechts iets over de verdeling van deze groep over verschillende opleidingen. Het kan ook zijn dat de opleidingen in 40 jaar eenvoudiger geworden zijn. Omdat niet in de figuur is weergegeven waaruit het linkerdeel van de groep bestaat (we weten hooguit dat het over examenkandidaten gaat maar waarin, dat is onbekend) kunnen we ook niet vaststellen of hier schoolverlaters in het laatste jaar tussenzitten.

    Moeilijk hè, statistiek?

  • Hannes Minkema, di 19 oktober 2010 15:32 in reactie op Aert Willem d'Holbach Reageer op Hannes

    Hannes

    Statistiek wordt vooral gemakkelijk gevonden door mensen die er weinig kijk op hebben, dat ben ik met u eens.

    Overigens lijkt het me wel duidelijk wat aan de rechterkant van de figuur zou kunnen staan, namelijk het complement van de vermelde percentages in een bepaald jaar. Dat complement is echter over heel verschillende opleidingsvormen verspreid: in 1971 een reeks (toen nog geheten) LBO-opleidingen, zoals technische school, tuinbouwschool, LEAO, LHNO (huishoudschool) etc. Vanaf 1999 is daar een ander sjabloon overheen gelegd met het vmbo en zijn vier niveaus.

    In de figuur zijn daarom alleen de drie opleidingen aangegeven die hooguit qua naam, maar niet qua doelgroep veranderd zijn: vwo, havo, mavo, waarbij geldt dat de vmbo-afdeling GL/TL de vervanging van de mavo moest worden.

    Gekozen is voor 1971, 2003 en 2009 omdat 1971 en 2003 de eerste examenjaren van de nieuwe onderwijsvorm (Mammoet en vmbo) waren en 2009 het jaar met de meest recente beschikbare gegevens. De gegevens zijn ontleend aan CITO-publicaties. De percentages staan voor examen*kandidaten*, maar gezien de beperkte schommelingen in slaagpercentages kun je de percentages rustig als indicatief zien voor geslaagden.

    De figuur kan op uiteenlopende manieren worden geïnterpreteerd, met twee belangrijke tegenpolen. Ten eerste: leerlingen leren sinds 1971 veel meer op school en/of worden een stuk intelligenter geboren, met als gevolg dat nu de helft meer kinderen een mavo-havo-vwo-diploma verdienen dan in 1971. Kortom, het onderwijsniveau van leerlingen is gigantisch toegenomen. Groot succes voor het onderwijs. Helaas zijn er weinig ervaren leraren die deze zienswijze huldigen. Ik ken er nul.

    Ten tweede: aangenomen dat de leercapaciteiten van leerlingen niet drastisch veranderd is tussen 1971 en 2003, en de kwaliteit van het onderwijs ook niet drastisch is verhoogd, moet de enorme toename van de percentages mavo-, havo- en vwo-examens verklaard worden uit een de facto verlaging van de normen. Leerlingen uit de percentielen 80-90 haalden voorheen vaak een havo-diploma, nu een vwo-diploma. Leerlingen uit de percentielen 50-70 haalden voorheen vaak een mavo-diploma, nu een havo-diploma. Als hun capaciteiten en leerprestaties niet zeer zijn toe- of afgenomen, verdienen ze nu dus een hoger diploma op grond van min of meer dezelfde prestaties. Nogal wat ervaringsdeskundigen zullen dit beamen.

    Als je nog verdisconteert dat de examenleerlingen in 1971 vrijwel allemaal autochtoon waren en de vmbo-leerlingen BB en KB in 2009 voor een disproportioneel deel allochtoon, dan is de normverschuiving tussen 1971 en 2009 nog duidelijker. Dan lijken de proporties havo en vwo voor 'witte kinderen' zelfs verdubbeld.

    Inderdaad zegt de figuur 'slechts iets over de verdeling van deze groep over verschillende opleidingen'. Op zich is het verplaatsen van de schotten geen ramp. Maar in het licht van bepaalde aannames - die op zichzelf best ter discussie kunnen staan, hoor - wordt de figuur al een stukje informatiever in de richting van de eerste of de tweede interpretatie. En we hoeven ook niet te doen alsof we naïef zijn.

    Net zomin als je een drastische stijging van criminaliteitscijfers exclusief moet toeschrijven aan agenten die beter hun best doen om boeven te pakken.

  • Aert Willem d'Holbach, di 19 oktober 2010 17:09 in reactie op Hannes Minkema Reageer op Aert Willem

    Aert Willem

    Gaat u er maar van uit dat ik met een titel in een exacte wetenschap voldoende kijk op statistiek heb.

    In het eerste deel van uw reactie zegt u exact hetzelfde als ik, behalve dat u rechts zegt waar ik links zeg. Ik meen in alle oprechtheid dat ik er van overtuigd ben dat de 0 aan de linkerkant staat en de 100 aan de rechterkant. Alle LBO-opleidingen bevinden zich aan de linkerkant (ca. 48%). Ik vergeef u die slordigheid.

    Aan de rest van uw reacties zou ik me niet wagen, dat is koffiedikkijken. Opnieuw moet ik hier wijzen op ceteris paribus en de grafiek op zich geeft geen informatie die verdere interpretaie van deze figuur mogelijk te maken.

    Een exacte wetenschap blijft een exacte wetenschap, die gebaseerd is op feitelijke waarnemingen, natuurwetten en logica. En uiteraard op verifieerbare experimenten.

  • Hannes Minkema, wo 20 oktober 2010 09:45 in reactie op Aert Willem d'Holbach Reageer op Hannes

    Hannes

    U grossiert in trivialiteiten. Kan. Mag.

    Moet uw 'titel in een exacte wetenschap' iets garanderen? Beste meneer, ik geef sinds 1996 college aan studenten biologie, wiskunde, schei- en natuurkunde (einde bachelorfase). Daaronder zijn heel slimme studenten, maar ook minder snuggeren die geen modus van een mediaan weten te onderscheiden. Een titel garandeert niets meer, vandaag de dag.

    Toch twijfel ik niet aan uw kennis over statistiek, louter omdat dat niet zinvol is in het kader van deze discussie.

    Ook de exacte wetenschap kent haar beperkingen. Zo moet men, uw principes volgend, tot de conclusie komen dat historische verschijnselen zich onttrekken aan natuurwetenschappelijke studie, wegens onherhaalbaarheid en de onmogelijkheid de ceteris-paribusclausule toe te passen. Met andere woorden: stel een bataljon natuurkundigen aan bij de geschiedenisfaculteit, en het zal de geschiedwetenschap niet vooruitbrengen. Voor interpretatie van historische verschijnselen zijn aannames nodig, en zolang we daar open over zijn, is interpretatie op grond daarvan legitiem.

    U redeneert als de opvarende van een snel zinkend schip, die weigert in een reddingsboot te stappen voordat getest is of die wel werkt. 'De aanwezigheid van de boot zelf levert daartoe onvoldoende informatie'. Immers, het feit dat reddingsboten gewoonlijk wél werken, garandeert geenszins dat uw boot ook in orde is.

    Van wie zo redeneert, schat ik de overlevingskansen laag in.

  • Ellen Stapraden, ma 18 oktober 2010 22:08 Reageer op Ellen

    Ellen

    Misschien zouden studenten eens kunnen beginnen met minder bierzuipen en de wekelijkse of vaker doorzak-feesten af te schaffen.
    Dat zijn we kennelijk heel normaal gaan vinden.
    Maar daar is niet meer tegenop te subsidiëren

  • Aert Willem d'Holbach, ma 18 oktober 2010 23:05 in reactie op Ellen Stapraden Reageer op Aert Willem

    Aert Willem

    Ik heb juist begrepen dat studenten tegenwoordig minder zuipen dan bijvoorbeeld in de jaren 60. Dus dat lijkt me niet het probleem.

  • Jan Bakker, di 19 oktober 2010 00:45 in reactie op Ellen Stapraden Reageer op Jan

    Jan

    Ze halen hun studies ook sneller dan in de jaren '60.

  • Hannes Minkema, wo 20 oktober 2010 09:47 in reactie op Jan Bakker Reageer op Hannes

    Hannes

    Ze krijgen, omgerekend, ook minder geld dan in de jaren zeventig en tachtig, moeten aanzienlijk meer betalen, er staan strengere straffen op traag studeren, er is een stevige grens aan het aantal gefinancieerde jaren, en men haalt een diploma dat inhoudelijk en economisch minder waard is.

    Het beeld van de bierzuipende, nietsnuttende student wordt alleen in de lucht gehouden om deze groep nog wat verder af te knijpen. Aan de onderwijskwaliteit en de inhoudelijke prestatienormen wordt intussen niets gedaan.

 

Reageren

opiniemakers

Populair

Scroll naar boven Scroll naar boven