Bio Bekijk alles van Lou Keune Word fan

Lou Keune

Lou Keune Platform Duurzame en Solidaire Economie

01 oktober 2010 Reageer (6) 453 x bekeken Economie RSS

Economische groei en bezuinigingen

De visie van het Centraal Planbureau

De nieuwste Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal (CPB) is uit. Dit rapport wordt ieder jaar gepresenteerd bij de indiening van de nieuwe rijksbegroting. In algemene zin geeft dit rapport de kaders aan waarmee rekening moet worden gehouden bij het vaststellen van de begroting. Het is een rapport om goed op te letten. Het verankert in feite de economische analyse die aan het landelijk overheidsbeleid ten grondslag ligt. Het overheersende vertrekpunt daarbij is de verwachting over de economische groei.

Hoeveel procent groei is te verwachten en (dus) hoeveel belastingopbrengsten? Die laatste categorie, de verwachte belastingopbrengsten, wordt niet alleen op grond van de vermoedelijke economische groei berekend. Ook gaat men uit van bepaalde verwachtingen over belasting tarieven. Bijvoorbeeld over de inflatie, de geldontwaarding dus, die tot aanpassingen van de belastingschijven leidt. Of over de gemiddelde welvaartsstijging die ook gevolgen kan hebben voor de belastingschijven. Richtgetallen voor bijvoorbeeld de nodig geachte bezuinigingen komen voort uit deze berekeningen.

De MEV is een kundig rapport, goed geschreven, biedt een keur aan ken- en kerngetallen, en verschaft ook een onderbouwing van het overheidsbeleid. Ook zitten er grapjes in zoals de paragraaf over de vraag: "Knakt Arjen Robben het herstel van de Nederlandse economie?" Dat gezegd zijnde moet mij, niet voor het eerst, van het hart dat het CPB ons voor de zoveelste keer op het verkeerde been zet. Om maar weer eens het gehanteerde begrip economische groei bij de kop te pakken; het lijkt erop alsof de al decennia voortdurende discussie over en kritiek op dat begrip volledig aan het CPB  is voorbijgegaan. In steeds meer officiële gremia wordt het belang van die discussie en de bevindingen daarvan erkend. Of wij het nu hebben over Sarkozy of  Barrosso, over Stiglitz of Heertje, bij een toenemend aantal politici en economen is het inzicht gekomen dat de, ook door het CPB gehanteerde, economische indicator 'bruto binnenlands product- bbp' (de som van alle 'toegevoegde waarden') grote gebreken vertoont. En wel om verschillende redenen.

Ten eerste is het de verkeerde indicator voor de welvaart, omdat het met heel veel factoren geen rekening houdt. Zo zou er - althans in de gedachtegang van het CPB -sprake zijn van economische groei ook als  steeds meer mensen van de gevolgen van die groei ziek zouden worden vanwege bijvoorbeeld toename van de uitstoot van fijnstof of verdergaande aantasting van de ozonlaag. En ook blijft vanuit die opvatting sprake van economische groei als de visserijsector veel banen en winst oplevert, ook als binnenkort nauwelijks nog vissen te vinden zullen zijn. Kortom, mensen worden ziek, natuurlijk kapitaal verdwijnt, maar toch is sprake van welvaartsstijging.

Ten tweede is het ook in economische zin een verkeerde, althans zeer gebrekkige indicator van de stand van de economie. Immers, die 'toegevoegde waarde' zoals vertegenwoordigd door het bbp laat heel veel economie buiten beschouwing. Bijvoorbeeld al die productieve activiteiten die niet vergezeld gaan van monetaire transacties, als veel huishoudelijke arbeid. Maar ook allerlei kosten worden niet in rekening gebracht, bijvoorbeeld niet betaalde milieukosten, of beroepsziekten. Zelfs worden bepaalde kosten als opbrengsten meegerekend, zoals die verbonden met beroepsziekten want aan het weer gezond maken van mensen wordt ook verdiend terwijl het daarbij eigenlijk gaat om het herstel of de instandhouding van menselijk kapitaal, dus zeker geen 'toegevoegde waarde' is.

En ten derde is dit begrip economische groei volstrekt onjuist als het gaat om de analyse van wat er in de samenleving aan de hand is. Wij, de mensheid, zitten met diepgaande crises. De vele en toenemende milieuproblemen worden terecht steeds vaker aangeduid met het begrip ecocide omdat de fysieke bestaansvoorwaarden van ons en de komende generaties fundamenteel worden aangetast. Zie alleen al het overgebruik van de biologische capaciteiten van de aarde zoals uitgedrukt in de ecologische voetafdruk. Dat overgebruik gaat in de richting van 40 procent, en impliceert een verregaande afname van die capaciteiten. En wat te denken van de voortdurende voedselcrisis? Er hoeft maar in één gebied, Rusland, te weinig regen te vallen of wereldwijd gaan de voedselprijzen omhoog en dus ook het aantal mensen dat honger lijdt. En dat dan als gevolg van het toenemend gebruik van grond voor onze overconsumptie en voor andere doeleinden dan het produceren van voedsel. Deze en andere (onder-)ontwikkelingen worden bij de berekening van het bbp niet betrokken.

Al decennia lang zet het CPB ons met de MEV op verkeerde benen. Het suggereert welvaartstijgingen terwijl in feite sprake is van welvaartsdalingen. En het spreekt van economische groei terwijl er al sinds decennia economische krimp is. Krimp, althans als je een echt reëel begrip van economie hanteert, een begrip dat gebruik maakt van menswaarden en natuurwaarden, en niet alleen van geldswaarden. Eigenlijk is het begrip economische groei zoals het CPB dat hanteert maar voor één doel heel geschikt: het berekenen van de verwachte belastingopbrengsten. Maar ook daarbij zitten keuzes  zoals bij de inschatting van de inflatie, of de bepaling van de mate waarin de gemiddelde (gemonetiseerde!) welvaartstijging gevolgen moet hebben voor de belastingtarieven. Waarom bij de berekening van de begrotingstekorten niet eerst gekeken naar de tekorten in de reële economie? Als ik naar die laatste tekorten kijk dan pleit ik voor belastingverhogingen en zeker niet voor verlagingen!

Laatste Reacties (6) Reageer Reacties in wachtrij: 0

  • Willem de Vroomen, wo 03 november 2010 12:42 Reageer op Willem

    Willem

    Depressie.

    De economische crisis in het midden van de jaren 1870 vernietigde het tot dan heersende ideaal van het liberale kapitalisme: productie door concurrerende ondernemingen voor de vrije markt zou vooruitgang brengen voor iedereen. Het leek de bekroning van de in de revoluties van 1789 en 1848 op het feodalisme bevochten vrijheid van de bourgeosie. Inderdaad had vooral de periode vanaf 1848 een geweldige vooruitgang gebracht op het gebied van economie en wetenschap. Een tijdperk van ononderbroken vooruitgang leek aangebroken. De crisis rond 1875 maakte hieraan resoluut een einde en luidde tevens het einde in van de Britse hegemonie over de wereld, ondanks de groei en de bloei van het ‘British Empire’ in de jaren daarna. De macht van Frankrijk in de jaren van Napoleon had die hegemonie niet echt kunnen bedreigen. Maar vanaf 1875 tot 1918 moest Groot-Brittannië al Duitsland naast zich dulden. En de werkelijke hegemonie over de wereld werd overgenomen door de Verenigde Staten. Die Amerikaanse hegemonie was op het hoogtepunt in 1945 en begon vanaf 1975 tekenen van verval te vertonen. De neo-liberale globalisering was een poging het tij te keren. Onder president Reagan werd geprobeerd terug te keren naar het kapitalistische ideaal uit de negentiende eeuw: meer markt, meer concurrentie, vrijheid voor de ondernemers, minder overheid. Het resultaat: naast de Chinese is er nu wellicht geen andere economie met een grotere rol van de overheid dan de Amerikaanse. En zoals de crisis rond 1875 het einde van de Britse wereldmacht inluidde betekent de huidige crisis dat de Amerikaanse politieke en economische hegemonie over de wereld ten einde loopt.
    Na de crisis rond 1875 beleefde de wereld weer een langzame economische opbloei, met als hoogtepunt de jaren direct na de eerste wereldoorlog, op gang gebracht door de Amerikaanse oorlogseconomie. Die opbloei kwam abrupt tot een einde in de grote depressie vanaf 1929. Die depressie vond haar oorsprong in de toenmalige sterkste economie, de Amerikaanse. Pas in 1945, na de tweede wereldoorlog, eindigt de depressie en gaat over in een bloeiperiode met als hoogtepunt de jaren 1967 tot 1973. Eind jaren 70, begin jaren 80 zet langzaam de neergang in en die neergaande fase duurt nog steeds, slechts nu en dan onderbroken door opbloei en ondergang van speculatieve luchtbellen. Dat die neergang langzaam gaat en pas nu het stadium van crisis en depressie bereikt is te verklaren door de inspanningen van de centrale banken van Europa, Amerika en Japan en van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. Door zware ingrepen in de markt hebben zij de wereldeconomie overeind gehouden: ten tijde van de beurscrisis in 1987, de kredietcrisis in 1989, de crises in Zuid-Oost-Azië, Brazilië en Rusland in de jaren negentig, om de meest opvallende te noemen. Een andere rem op de neergang was de mogelijkheid winstgevende productieve industriële activiteiten te verplaatsen van Europa, Japan en de Verenigde Staten naar China, India en Brazilië.
    In het verleden slaagde de wereldeconomie er telkens in perioden van crisis en depressie te overwinnen dankzij de oorlogseconomie in en de wederopbouw na de verwoestende wereldoorlogen, met miljoenen slachtoffers onder de burgerbevolking. Het is echter de vraag of het kapitalisme ook deze keer weer in staat zal zijn de weg omhoog terug te vinden. De dalende winstmarges, het steeds terugkerende probleem van overproductie en onderconsumptie (“vraaguitval” zoals economen dat zo mooi verhullend noemen!) zullen mogelijk met veel moeite onder controle gebracht kunnen worden, maar zeker niet op de korte termijn van één of twee jaar. En intussen zullen werkende mensen de zwaarste klappen moeten opvangen.
    Het staat vast dat het huidige economische systeem niet kan overleven. Protectionisme zal toenemen, met als gevolg toenemende internationale spanningen. De rol van de overheid in de productie zal zich verder uitbreiden. De sociale conflicten tussen de werkende bevolking enerzijds en de overheid en de economische machthebbers anderzijds worden harder en mogelijk gewelddadiger. Rechts-populistische regimes zullen de strijd aangaan met bewegingen die streven naar een meer sociale en democratische samenleving. Dat is wat ons in de komende tijden te wachten staat.

  • Sylvia Stuurman, za 02 oktober 2010 10:59 Reageer op Sylvia

    Sylvia

    Geweldig artikel!

    Samenvatting:
    De politiek gebruikt als belangrijke richtlijn bij beslissingen de voorspellingen van het CPB over het bbp. Bij te nemen maatregelen wordt daar op geoptimaliseerd.
    Maar het bbp berekent het kapitaal niet goed, berekent de kosten niet goed, en berekent de baten niet goed:

    - Het bbp is geen indicator voor welvaart, omdat er geen rekening gehouden wordt met een afname in ons kapitaal, zoals het kapitaal aan grondstoffen en - bijvoorbeeld - de visstand.

    - Het bbp is geen indicator voor welvaart, omdat er geen rekening gehouden wordt met kosten die het welbevinden benadelen maar niet in geld worden uitgedrukt, zoals de aantasting van het leefmilieu, beroepsziekten.

    - Het bbp is geen indicator voor welvaart, omdat er geen rekening gehouden wordt met "baten" die het welbevinden bevorderen maar niet in geld worden uitgedrukt: vrijwilligerswerk, huishoudelijke activiteiten, mantelzorg, het geluksgevoel van mensen.

    Oftewel, het bbp is niet geschikt om op te optimaliseren, terwijl dat voortdurend gebeurt.

  • Grolschje ., vr 01 oktober 2010 16:31 Reageer op Grolschje

    Grolschje

    Is dit artikel satire? Heb er namelijk hartelijk om gelachen.

  • Kingfisher XL, vr 01 oktober 2010 16:13 Reageer op Kingfisher

    Ik ben niet gauw een "fan" van iemand, vind het eigenlijk een beetje infantiel begrip, maar door het bovenstaande artikel wordt mijn "fan" zijn eens te meer bevestigd.
    Ach waren er maar meer mensen als Lou Keune, sterker nog, was Lou Keune maar de baas in dit verloren moeras, dan was er heel misschien nog hoop op overleving.

  • Joop Pooj, vr 01 oktober 2010 15:15 Reageer op Joop

    Joop

    Het CPB ligt al decennia onder vuur van aanbodeconomen die menen dat CPB modellen onvoldoende rekening houden met 2e-orde effecten. Aanbodeconomen menen dat CPB modellen de gunstige effecten van lagere belastingdruk en deregulering onderschatten en de initieel negatieve effecten van bezuinigingen overschatten. Modellen van het CPB zouden veel te statisch zijn en te weinig gemodificeerd na Tinbergen, grondlegger van het CPB.

    PS zelf vertrouw ik cijfers als BBP per hoofd niet omdat het in veel landen waaronder Nederland in de buurt ligt van het modaal of gemiddelde inkomen terwijl in bijvoorbeeld Nederland maar 6 miljoen voltijds werken in de private sector in vergelijking met een totale bevolking van 16.5 miljoen. Alle opbrengsten uit onze beleggingen en pensioenfondsen en aardgas kunnen dat gat niet overbruggen.

    PS2 Wantrouw Sarkozy's pogingen om andere indicatoren dan BBP op te hemelen, want Sarkozy wil verdoezelen dat in Frankrijk weinig mensen werken en zij die werken weinig uren maken.

  • Rob van Koot, vr 01 oktober 2010 13:31 Reageer op Rob

    Rob

    Nu het niet uitkomt gaan we aan het CPB twijfelen? Gaap.

 

Reageren

opiniemakers

Populair

Scroll naar boven Scroll naar boven