30

Hongerloon & Misstanden

Mode wordt gemaakt door tienermeisjes die opgesloten zitten in fabrieken, geen contact met de buitenwereld mogen hebben en werken voor een hongerloon

Kleding van bedrijven als H&M, C&A en Primark wordt gemaakt door jonge tienermeisjes die gevangen gehouden worden in fabrieken waar ze heen zijn gelokt met mooie praatjes. De praktijk is in strijd met afspraken en toezeggingen van de kledingmultinationals.


Duizenden winkels openen, uiterst efficiënte transportketens opzetten en gelikte wereldwijde reclamecampagnes starten. Dat is allemaal geen probleem voor de kledingmultinationals. Maar er voor zorgen dat de kleding niet gemaakt wordt onder erbarmelijke omstandigheden door kinderen die praktisch gevangen worden gehouden, blijkt steeds weer erg lastig.

Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en de Landelijke India Werkgroep (LIW) hebben de arbeidsomstandigheden onderzocht in de fabrieken waar de multinationals hun ontwerpen tegen lage lonen laten vervaardigen. In Bangladesh lijkt de situatie iets verbeterd na de internationale verontwaardiging over de ramp in kledingfabriek Rana Plaza waar ruim 1100 werknemers omkwamen, onder meer omdat de nooduitgangen waren afgesloten.

In de ateliers waar de kleding in elkaar wordt genaaid zijn de ergste misstanden uitgebannen maar niet in de fabrieken waar de stoffen gemaakt worden. Die zijn niet gevestigd in Bangladesh maar in India. De onderzoekers spraken met 150 werknemers daar en rapporteren:

De tieners en jonge vrouwen, de meesten van hen afkomstig uit arme Dalit-gemeenschappen, vertellen hoe hen mooie beloftes zijn gedaan over werk en goede lonen. In werkelijkheid werken ze als moderne slaven, onder omstandigheden die in het geval van tienermeisjes neerkomen op de ergste vormen van kinderarbeid. Arbeiders kunnen nergens terecht met hun klachten. Vakbonden zijn afwezig. “Ik vind het hostel niet prettig. Er is niets te doen, er is geen contact met de buitenwereld en het ligt ver buiten de stad. Het is net een gevangenis”, aldus één van de geïnterviewde arbeiders van Sulochana Cotton Spinning Mills.

In het rapport is te lezen dat de jonge arbeidsters geen mobiele telefoon mogen hebben en als ze willen bellen het nummer wordt gecontroleerd door het bedrijf. Ze worden bewaakt door opzieners en mogen het fabrieksterrein niet verlaten. Slechts twee keer per jaar, mogen ze zes dagen terug naar hun dorp. Hun salaris – als dat die naam verdient – bedraagt tussen de 20 en 50 euro per maand.

De Volkskrant checkte de bevindingen van Somo en schrijft:

Primark, dat via allerlei tussenschakels inkoopt bij een spinnerij waar SOMO misstanden bespeurt, laat aanvankelijk weten: ‘We hebben geen enkel bewijs dat de omschreven omstandigheden zich voordoen.’ De spinnerij in kwestie erkent tegenover de Volkskrant dat daar sprake is van vrijheidsberoving. Jonge werkneemsters slapen op het fabrieksterrein en komen slechts buiten het hek onder begeleiding, ‘met het oog op hun eigen veiligheid als jonge en ongetrouwde vrouwen’. Primark zegt hierover nooit signalen te hebben ontvangen, maar stelt toch een onderzoek in.

De onderzoekers konden de misstanden achterhalen omdat internationale ketens als H&M bekend maken welke toeleveranciers er in de productieketen worden gebruikt. Nederlandse bedrijven weigeren een dergelijke openheid, constateert de Volkskrant.

Minister Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) zou graag zien dat Nederlandse kledingbedrijven net zo transparant worden, maar die verzetten zich daartegen. Opgelegde openbaarheid zal niet leiden tot ‘duurzame verbeteringen’, staat in een convenant dat de Nederlandse branche-organisatie Modint deze week evalueert. Ploumen, zo laat haar woordvoerder weten, gelooft vooralsnog in ‘goed overleg’.

cc-foto: Yoni Lerner 

Geef een reactie

Laatste reacties (30)